
Twee vormen die op elkaar kunnen lijken
Meer haren in de douche, op je kussen of in je borstel kunnen ongerust maken. Toch is niet elk haarverlies hetzelfde. Telogeen effluvium en alopecia androgenetica zijn twee veelbesproken vormen, maar ze verschillen in oorzaak, patroon en verloop.
Het is mogelijk dat klachten op elkaar lijken of zelfs tegelijk voorkomen. Daarom is een beoordeling door een huisarts of dermatoloog verstandig wanneer het haarverlies plotseling is, aanhoudt of snel verandert.
Wat is telogeen effluvium?
Bij telogeen effluvium verschuiven meer haren dan normaal naar de rustfase van de haargroeicyclus. Na die rustfase vallen ze uit. Dit geeft vaak diffuus haarverlies: de haren worden over de hele hoofdhuid dunner, zonder een scherp afgebakend patroon.
Een trigger kan enkele maanden vóór het zichtbare haarverlies hebben plaatsgevonden. Voorbeelden zijn ziekte met koorts, een operatie, bevalling, emotionele stress, fors gewichtsverlies of een onderliggende lichamelijke factor. Bij veel mensen groeit het haar weer aan nadat de uitlokkende factor is verdwenen of behandeld.
Wat is alopecia androgenetica?
Alopecia androgenetica, ook wel patroonhaarverlies, is een geleidelijk proces waarbij haarfollikels kleiner worden. Erfelijke aanleg en gevoeligheid voor androgenen spelen hierbij een belangrijke rol. De haren worden progressief fijner, korter en minder zichtbaar.
Bij mannen begint dit vaak bij de haargrens, slapen of kruin. Bij vrouwen is vaker sprake van diffuse uitdunning op de bovenkant van het hoofd, soms met een bredere scheiding. De voorste haarlijn blijft bij vrouwen doorgaans beter behouden.
De belangrijkste verschillen

Telogeen effluvium is meestal zelfcorrigerend, terwijl androgenetische alopecie doorgaans progressief verloopt.
Waarom zelfdiagnose lastig is
De hoeveelheid haarverlies zegt niet alles. Iemand met telogeen effluvium kan veel haren verliezen maar later herstel zien. Iemand met androgenetische alopecie kan juist weinig zichtbare haren verliezen, terwijl de haardichtheid langzaam afneemt door miniaturisatie van de follikels.
Een arts kan kijken naar het patroon, de voorgeschiedenis, de hoofdhuid en eventuele andere klachten. Soms zijn aanvullend onderzoek of bloedonderzoek passend, afhankelijk van de situatie.
Wanneer medische beoordeling nodig is
Neem contact op met een huisarts of dermatoloog wanneer je:
• plotseling veel haar verliest;
• kale of duidelijk afgebakende plekken ziet;
• pijn, jeuk, roodheid of schilfering van de hoofdhuid hebt;
• haarverlies krijgt samen met vermoeidheid, menstruatieveranderingen, gewichtsverandering of andere klachten;
• langer onzeker blijft over de oorzaak.